Ons voornaamste doel is het streven naar uitkeren van een (waardevast) pensioen. Op het moment dat een deelnemer bij ons wordt aangemeld nemen wij de verplichting op ons hem/haar vele jaren later levenslang een ouderdomspensioen uit te keren.

Op onze balans nemen we elk jaar een voorziening op voor de nominale verplichtingen die we ten opzichte van alle deelnemers zijn aangegaan. Bij het bepalen van die voorziening kijken we onder meer naar sterftetrends en naar rente-ontwikkelingen. De hoogte van onze voorziening wordt vooral erg beïnvloed door de hoogte van de rente en het langlevenrisico. Een hoge rente leidt tot een lage voorziening en omgekeerd. Omdat 90% van de verplichtingen is belegd in obligaties met ongeveer dezelfde looptijd en rente als de verplichtingen heeft de renteontwikkeling relatief weinig invloed op onze dekkingsgraad.

Tegenover onze nominale verplichtingen moet een toereikend vermogen staan. Dat vermogen wordt door ons belegd in aandelen en obligaties. De verhouding tussen ons vermogen en onze nominale verplichtingen noemen we de (marktrente) dekkingsgraad. Een vuistregel is: hoe hoger de dekkingsgraad, hoe beter een pensioenfonds er financieel voorstaat.