De toeslagregeling is in artikel 30 van het pensioenreglement en in hoofdstuk 7.3 van de Actuariële Bedrijfstechnische Nota (ABTN) vastgelegd.
 

Wat is toeslagverlening?

Prijzen veranderen. Bijna alle producten worden na verloop van tijd duurder. 100 euro nu, is over een paar jaar minder waard. Er kan minder van worden gekocht. Daarom is het belangrijk dat er met het pensioen in de toekomst ongeveer evenveel gekocht kan worden als nu. Een pensioenfonds kan hiervoor zorgen door het pensioen elk jaar te verhogen met een toeslag.
 

Wanneer verhoogt Delta Lloyd Pensioenfonds het pensioen met een toeslag?

Delta Lloyd Pensioenfonds streeft ernaar de opgebouwde pensioenen van de deelnemers en de pensioenen van de voormalig medewerkers en pensioengerechtigden jaarlijks per 1 januari te verhogen. Het pensioenfonds probeert het ingegane of opgebouwde pensioen mee te laten groeien met het percentage van de ontwikkeling van de cijfers van de CBS Consumentenprijsindex alle huishoudens, afgeleid. Het gaat dan om de cijfers van eind oktober voorafgaand aan de datum van de toeslagverlening. De verhoging van de (opgebouwde)  pensioenen wordt betaald uit het vermogen van het pensioenfonds. Dit vermogen is afhankelijk van het rendement dat het pensioenfonds op zijn beleggingen behaalt. Ons bestuur besluit daarom jaarlijks of de pensioenen zullen worden verhoogd. Als in een bepaald jaar een toeslag wordt verleend, is het niet zeker dat het jaar daarna weer een toeslag wordt verleend. En de toeslag kan in het ene jaar hoger zijn dan in het andere jaar. Dit heet een ‘voorwaardelijke toeslagverlening’.

Het criterium waarop het bestuur over de toeslagverlening besluit is de beleidsdekkingsgraad (dekkingsgraad zonder toekomstige verhogingen) per 31 oktober van het voorafgaande jaar.

 

Hoe wordt de toeslag bepaald?

In 2015 is de regelgeving over ondermeer de toeslagverlening gewijzigd. Het toeslagbeleid is gebaseerd op deze nieuwe regelgeving.

  • De toeslagverlening is gebaseerd op de beleidsdekkingsgraad. De beleidsdekkingsgraad wordt berekend als een voortschrijdend gemiddelde van de actuele DNB-dekkingsgraden per einde van elk van de twaalf kalendermaanden voorafgaand aan het moment van vaststelling.
  • Toeslag wordt verleend als de beleidsdekkingsgraad minimaal gelijk is aan 110% (ondergrens). Onder deze grens verleent het pensioenfonds geen toeslag.
  • De bovengrens van de staffel wordt jaarlijks berekend op basis van de wettelijke voorschriften.  Deze bovengrens geeft aan wanneer het pensioenfonds toekomstbestendig een toeslag kan verlenen.
  • Als de beleidsdekkingsgraad ligt tussen de ondergrens (110%) en de bovengrens wordt er rechtevenredig toeslag verleend. Bijvoorbeeld als de bovengrens 124% en de beleids dekkingsgraad 117% bedraagt, zal er maximaal 50% van de prijsindex worden toegekend.
  • Als de beleidsdekkingsgraad hoger is dan de berekende bovengrens kan het pensioenfonds de achterstanden in de toeslagverlening inhalen met de volgende randvoorwaarden:
    • Maximaal 20% van het vermogensoverschot (het vermogen groter dan de bovengrens) mag worden gebruikt voor inhaaltoeslag.
    • Inhaaltoeslag wordt slechts verstrekt aan (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden die in het verleden een beperking op toeslag hebben ondergaan. Dit betekent dat per (gewezen) deelnemer en pensioengerechtigde een administratie is ingericht. Daarin wordt de achterstand bijgehouden.
    • Voor iedere deelnemer met achterstand wordt een gelijk percentage van de totale achterstand ingehaald. Dat percentage is afhankelijk van het deel van het vermogensoverschot dat mag worden gebruikt en hoeveel er nodig is om alle achterstanden in te halen.
    • Het pensioenfonds verleent de inhaaltoeslag op dezelfde datum als de reguliere toeslag.
  • Peildatum is 31 oktober van het jaar waarop de toeslag wordt verleend.

Naast de voorgaande uitgangspunten, wordt rekening gehouden met een aantal van belang zijnde criteria bij het nemen van een definitief besluit. De criteria op basis waarvan het bestuur besluit over de toeslagtoekenning zijn in ieder geval en niet uitsluitend:

  • stand DNB-dekkingsgraad
  • stand marktrentedekkingsgraad
  • stand reële marktrentedekkingsgraad
  • de dekkingsgraad na toeslagverlening
  • prijsinflatie
  • rentestand
  • marktontwikkelingen
  • gegeven toeslagen voorgaande jaren
  • de trendmatige ontwikkeling van de beleidsdekkingsgraad in de 12 maanden voorafgaand aan de maand waarin het bestuur het besluit neemt.

Deze criteria dienen als richtlijn voor de beslissing van het bestuur van het pensioenfonds. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend.

 

Verwachte toeslag in de komende jaren

Het pensioenfonds toetst regelmatig of het gevoerde beleid moet worden aangepast aan de verwachte economische omstandigheden. Hierbij wordt ook gekeken naar hoeveel toeslag het pensioenfonds de komende jaren verwacht te kunnen geven. De verwachting is dat niet altijd een (volledige) toeslag kan worden verleend. 
 

Welke toeslag heeft het pensioenfonds de laatste jaren gegeven?

De afgelopen jaren zijn de in onderstaande tabellen opgenomen toeslagen gegeven.
 

Toeslagpercentages voor de medewerkers

De toeslag van de opgebouwde pensioenen van de medewerkers van de Delta Lloyd Groep werd tot  en met 1 januari 2017 gebaseerd op de ontwikkelingen van de CAO-lonen van het voorafgaande jaar (dit was de ambitie). Na 1 januari 2017 is de toeslag gebaseerd op het percentage van de ontwikkeling van de cijfers van de CBS Consumentenprijsindex alle huishoudens, afgeleid. Het gaat dan om de cijfers van eind oktober voorafgaand aan de datum van de toeslagverlening (dit is de ambitie). In onderstaande tabel staan de gehanteerde percentages van de afgelopen jaren. 

Over het jaar

Gegeven toeslag

Ambitie

% gerealiseerd

Stijging van de prijzen**

2018

2017*

2016

2015

2014

2013

2012

2011

2010

2009

2008

1,68%

1,34%

1,00%

1,00%

0,00%

1,25%

1,05%

0,00%

2,516%

0,00%

3,00%

1,68%

1,34%

1,00%

1,00%

0,00%

1,25%

1,75%

0,00%

2,516%

0,00%

3,00%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

  60%*

100%

100%

100%

100%

1,71%

1,38%

0,32%

0,65%

0,98%

2,51%

2,45%

2,34%

1,27%

1,19%

2,49%

 

Toeslagpercentages voor de gepensioneerden en voormalig medewerkers

Voor de gepensioneerden en oud-medewerkers probeert het pensioenfonds het opgebouwde of ingegane pensioen mee te laten groeien met het percentage van de ontwikkeling van de cijfers van de CBS Consumentenprijsindex alle huishoudens, afgeleid. Het gaat dan om de cijfers van eind oktober voorafgaand aan de datum van de toeslagverlening (ambitie).

Over het jaar

Gegeven toeslag

Ambitie

% gerealiseerd

Stijging van de prijzen**

2018

2017*

2016

2015

2014

2013

2012

2011

2010

2009

2008

1,68%

1,34%

0,32%

0,44%

0,75%

0,90%

1,22%

0,93%

1,38%

0,40%

2,53%

1,68%

1,34%

0,32%

0,44%

0,75%

0,90%

2,03%

2,33%

1,38%

0,40%

2,53%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

  60%*

  40%*

100%

100%

100%

1,71%

1,38%

0,32%

0,65%

0,98%

2,51%

2,45%

2,34%

1,27%

1,19%

2,49%


De toeslagverlening op het pensioen is voorwaardelijk; het is niet zeker of en in hoeverre in de toekomst jouw pensioen wordt verhoogd. In het verleden gegeven verhogingen geven geen recht op verhogingen in de toekomst.

* Per 1 januari 2018 is 55% van de achterstand in de toeslagverlening ingehaald. Deze achterstand was ontstaan per 1 januari 2012 en 1 januari 2013 omdat toen geen volledige toeslag is verleend.

** Hierboven staat een vergelijking van de gegeven toeslagen en de ambitie ten opzichte van de prijsinflatie. Deze vergelijking is wettelijk voorgeschreven. Ook het cijfer van de prijsstijging voor die vergelijking is wettelijk voorgeschreven. De ambitie van de toeslagverlening van het Pensioenfonds is ongelijk aan de prijsstijgingen. Dit heeft twee oorzaken:

1. Het Pensioenfonds bepaalt de toeslagen van oktober tot oktober. De prijsstijging is een voortschrijdend jaargemiddelde op jaarbasis. De cijfers van oktober tot oktober verschillen van de cijfers van het voortschrijdend jaargemiddelde.

2. Het Pensioenfonds hanteert voor de toeslagen een andere index. Het Pensioenfonds hanteert de “Consumentenprijsindex alle huishoudens, afgeleid”. De prijsstijging voor de vergelijking zijn echter gebaseerd op de “Consumentenprijsindex alle huishoudens”. De cijfers van deze indexen verschillen. De “Consumentenprijsindex alle huishoudens, afgeleid” bevat niet de veranderingen in de tarieven van productgebonden belastingen (bijvoorbeeld BTW en accijns op alcohol en tabak) en subsidies. De “Consumentenprijsindex alle huishoudens” bevat die veranderingen wel.