Voordat u met pensioen gaat, kunt u een aantal keuzes maken. Met deze keuzes beïnvloedt u de hoogte van uw pensioen.

 

Bij de berekeningen van de keuzemogelijkheden wordt gebruikt gemaakt van flexibiliseringsfactoren. Deze factoren staan in het document "flexibiliseringsfactoren" onder documenten.

 

Keuze 1: Wanneer gaat u met pensioen?

Het pensioen dat u heeft opgebouwd heeft een standaard ingangsdatum. Het pensioen dat u vanaf 1 januari 2014 heeft opgebouwd heeft als standaard ingangsdatum de eerste dag van de maand waarin u 67 jaar wordt. Als u vóór 2014 ook pensioen hebt opgebouwd gelden voor deze pensioenen andere ingangsdata. Als u het pensioen eerder in laat gaan wordt het pensioen lager. Als u het pensioen later in laat gaan, wordt het pensioen hoger.


Eerder met pensioen 

U mag zelf besluiten wanneer u wilt stoppen met werken en wanneer u uw pensioen dat u bij ons hebt opgebouwd in wilt laten gaan, als het maar na uw 57ste is. Als u het pensioen eerder in laat gaan, wordt uw pensioen lager. Dit komt omdat u minder lang pensioen opbouwt en het pensioen langer moet worden uitgekeerd.

 

Een voorbeeld.
Stel: U heeft € 7.500 ouderdomspensioen vanaf leeftijd 67 jaar opgebouwd en u wilt dit in laten gaan op uw 62e.

 

Omdat dit pensioen niet vanaf 67 jaar maar al vanaf 62 jaar moet worden uitgekeerd wordt het pensioen verlaagd. De vervroegingsfactor bedraagt 0,769. Deze factor vindt u in het document “flexibiliseringsfactoren”. U ontvangt vanaf uw 62ste verjaardag € 7.500 * 0,769 = € 5.767,50.

 

Heeft u meerdere ingangsdata en kiest u ervoor om eerder met pensioen te gaan? Dan geldt de gekozen leeftijd voor alle pensioenen.

Een voorbeeld
U heeft de volgende pensioenen opgebouwd
Levenslang ouderdomspensioen vanaf 62 jaar                               €  5.000
Tijdelijk ouderdomspensioen van  62 jaar tot 65 jaar                     €  3.000
Levenslang ouderdomspensioen vanaf 65 jaar                               €  6.000
Opgebouwd levenslang ouderdomspensioen vanaf 67 jaar          €  4.500

 

U bent 60 jaar en wilt met pensioen.
U ontvangt dan vanaf 60 jaar levenslang                                         € 12.745

Hoe berekent het pensioenfonds dit pensioen op 60 jarige leeftijd.

  1. Alle aanspraken worden eerst omgezet in een levenslang ouderdomspensioen vanaf 67 jaar met de uit het reglement van toepassing zijnde uitstel- en omzettingsfactoren. Deze vindt u in het document flexibiliseringsfactoren.
  2. Levenslang pensioen omzetten naar 67 jaar
    62
    naar 67         € 5.000 * 1,300 =  € 6.500
    65 naar 67         € 6.000 * 1,115 =  € 6.690
    67 naar 67         € 4.500

    Tijdelijk pensioen  omzetten naar levenslang pensioen vanaf 67 jaar
    € 3.000 * 0,181 = € 543
    Totaal levenslang pensioen vanaf 67 jaar:6.500 + 6.690 + 4.500 + 543 = € 18.233
  3. Dit pensioen wordt teruggebracht naar 60 jaar met de vervroegingsfactor € 18.233 * 0,699 = € 12.745

 

Later met pensioen

U kunt uw pensioen ook later in laten gaan. Dit mag maximaal op uw 72ste. Als u het pensioen later in laat gaan, wordt het pensioen hoger. 

Heeft u meerdere ingangsdata en nadert u een pensioeningangsdatum? Als u het pensioen nog niet in wenst te laten gaan op die datum, dan wordt dat pensioen uitgesteld naar uw 67ste. Op een later moment kunt u dan kiezen om uw totale pensioen eerder of juist nog later dan uw 67ste  in te laten gaan.

 

Keuze 2: Wel of geen deeltijdpensioen?

U hebt de mogelijkheid om in deeltijd met pensioen te gaan. U blijft dan gedeeltelijk werken en voor het andere deel gaat u met pensioen. Na verloop van tijd gaat u volledig met pensioen.

 

Keuze 3: Ouderdomspensioen uitruilen voor partnerpensioen

U kunt ervoor kiezen om bij uw pensioneren een deel van uw ouderdomspensioen om te zetten in een partnerpensioen. Dit noemen we ‘uitruilen’. Uw eventuele partner ontvangt dan een partnerpensioen als u overlijdt.

Als u gehuwd bent of een geregistreerde partner hebt en geen partnerpensioen hebt opgebouwd, wordt dit standaard voor u (en uw partner) geregeld. Wilt dit niet? Dan moet u dit zelf aangeven op uw keuzeformulier dat u ontvangt.

Als u voor 1 januari 2017 in dienst was bij Delta Lloyd hebt u ook nog een partnerpensioen opgebouwd. U kunt er dan voor kiezen om het volledige partnerpensioen om te ruilen voor extra ouderdomspensioen. Bijvoorbeeld als u geen partner hebt, of als uw partner zelf voldoende pensioen heeft.
 

Keuze 4: AOW-overbrugging

Het moment waarop u met pensioen gaat, bepaalt u zelf. Wanneer uw AOW-uitkering ingaat, ligt echter vast. Gaat u met pensioen vóór u AOW ontvangt? Dan hebt u tijdelijk een lager inkomen, omdat u nog geen AOW-uitkering ontvangt. De datum waarop uw AOW-uitkering ingaat, ligt namelijk vast. U kunt een deel van uw ouderdomspensioen gebruiken om deze periode te overbruggen. Uw ouderdomspensioen wordt dan tot uw AOW-leeftijd hoger. Deze optie heet ‘AOW-overbrugging’. Uiteraard blijft uw totale ‘pensioenpot’ gelijk. Dat betekent een hoger pensioen tot uw AOW-leeftijd en een iets lager pensioen erna, maar u krijgt dan wel een AOW-uitkering.

 

Een voorbeeld
Stel: U wenst vanaf 60 jaar tot uw AOW leeftijd € 5.000 extra te ontvangen. Uw AOW leeftijd is 67 jaar en drie maanden. De omzettingsfactor levenslang ouderdomspensioen naar ouderdomspensioen tot de AOW leeftijd is in deze situatie 3,174. Deze vindt u in het document “flexibiliseringsfactoren”. Uw levenslang ouderdomspensioen dat u vanaf 60 jaar zou ontvangen bedraagt € 12.745.

Om tot uw AOW leeftijd per jaar € 5.000 aan extra ouderdomspensioen te krijgen, moet u  € 1.575 (=5.000/3,174) van uw ouderdomspensioen inleveren.

U ontvangt
Van 60  tot 67 jaar en drie maanden                 €  16.170 per jaar*
Van 67 jaar en drie maanden levenslang         €  11.170 per jaar

* € 12.745 - € 1.575 + € 5.000 = € 16.170.

 

Keuze 5: Starten met een hoger pensioen, daarna een lager pensioen

Met de hoogte van uw pensioenuitkering kunt u variëren. U kunt er bijvoorbeeld voor kiezen om de eerste vijf of tien jaren na uw pensioneren een hogere pensioenuitkering te ontvangen en in de periode daarna een lagere. Dit kan in de verhoudingen 100:75 of 100:85.

 

Een voorbeeld
Stel: Naast de extra uitkering tot de AOW leeftijd zoals bepaald bij Keuze 4, wilt u ook de eerste 10 jaar een hogere uitkering ontvangen en daarna 75% van die uitkering. Het levenslang ouderdomspensioen is dan de eerste 10 jaar hoger. De factor op 60 jarige leeftijd is 1,169. Deze vindt u in het document “flexibiliseringsfactoren”.  


Dit betekent dat het levenslang ouderdomspensioen ter grootte van € 11.170 wordt vervangen door een uitkering ter grootte van € 13.058 (1,169*11.170) gedurende de eerste 10 jaar en daarna

€ 9.793 (75%*1,169*11.170) per jaar.

 

Uw uitkering op jaarbasis ziet er dan als volgt uit.
Van 60 tot 67 jaar en drie maanden                   €  18.058*
Van 67 jaar en drie maanden tot 70 jaar           €  13.058
Vanaf 70 jaar levenslang                                     €    9.793

* € 13.058 + € 5.000 = € 18.058.
 

Portaal en planner

Op het portaal is een planner aanwezig. Onder “Plan mijn pensioen” ziet u welke pensioenen u naar verwachting gaat ontvangen en kunt u  berekenen wat het betekent voor de hoogte van uw pensioenen als u ze eerder of later in laat gaan en/of gebruik maakt van de overige flexibele mogelijkheden zoals uitruil partnerpensioen en AOW-overbrugging. U komt bij het portaal door hier te klikken en logt in met uw DigiD.

 

Geef uw voorkeuren door!

Ongeveer acht maanden voordat uw (eerste) pensioen ingaat, ontvangt u van ons een brief omtrent de keuzemogelijkheden die u hebt. Uiterlijk zes maanden voordat u uw pensioen in wilt laten gaan, geeft u uw keuzes aan ons door.

Geeft u niets door, dan gelden de standaard afspraken zoals bepaald in het pensioenreglement. Hebt u deelgenomen aan verschillende regelingen dan gaat elk pensioen op de eigen pensioenleeftijd in. Pensioen dat u hebt opgebouwd tussen 1999 en 2006 gaat op uw 61e of 62e in, pensioen dat u hebt opgebouwd tussen 2006 en 2014 op uw 65e en het pensioen dat u vanaf 1 januari 2014 opbouwt op uw 67e